Geschreven door: Niels Tuijl, osteopaat D.O.-MRO in Amsterdam.
KISS-syndroom is een naam voor een groep signalen bij baby’s: overstrekken, steeds naar één kant kijken, drinken aan één kant en huilen bij het aankleden. Volgens de bedenkers komt dat door een bewegingsbeperking in de bovenste nekwervels. Het consultatiebureau en de meeste artsen zien KISS niet als een aparte diagnose, omdat dat verband nooit is aangetoond. De signalen zelf zijn wel echt, en ze verdienen aandacht. Belangrijker dan het etiket is de vraag wat er bij jouw baby achter zit.
In mijn praktijk hoor ik de term geregeld. Soms van ouders die erover lazen, soms van iemand die het al bij hun baby “had vastgesteld”. Hieronder lees je wat KISS precies betekent, welke signalen erbij horen, wat er nog meer achter die signalen kan zitten, wat je zelf kunt doen en wanneer je eerst naar de huisarts gaat.
Wat is het KISS-syndroom?
KISS staat voor Kopfgelenk-induzierte Symmetrie-Störung: een verstoring van de symmetrie die zou ontstaan in de kopgewrichten, de overgang tussen de schedel en de bovenste twee nekwervels. De term werd in 1991 bedacht door de Duitse arts Heiner Biedermann. Hij beschreef baby’s met een scheve houding en onrust, en stelde dat een blokkade in die bovenste nekwervels de oorzaak was, vaak ontstaan tijdens de bevalling. Voor oudere kinderen met leer- of concentratieproblemen kwam daar later de term KIDD bij.
In Nederland wordt KISS vooral gebruikt door manueel therapeuten en chiropractoren, en ook door sommige osteopaten. Veel manueel therapeuten spreken inmiddels liever van kindermanuele therapie of van een hoog-cervicale functiestoornis, juist omdat de diagnose KISS zo omstreden is.
De signalen die ouders herkennen
Wat er onder KISS wordt geschaard, is een herkenbaar rijtje. Een baby hoeft ze niet allemaal te hebben.
- Overstrekken. Je baby duwt hoofd en rug naar achteren en ligt als een banaan, vooral tijdens of na het drinken.
- Een voorkeurshouding. Het hoofdje ligt bijna altijd naar dezelfde kant, ook als je je baby anders neerlegt.
- Drinken aan één kant. Aan de ene borst of in de ene arm gaat het goed, aan de andere kant protesteert je baby.
- Een afgeplat hoofdje. Vaak aan dezelfde kant als de voorkeurshouding.
- Huilen bij aankleden of in het autostoeltje. Momenten waarop het hoofdje of de nek in een bepaalde stand moet.
- Niet graag op de buik. Buikligging wordt snel te veel, of je baby rolt steeds naar dezelfde kant.
Al deze signalen komen bij veel baby’s voor, in lichte vorm. Bijna een op de vijf baby’s heeft rond de zeven weken een voorkeurshouding, en bij de meeste gaat die in de maanden daarna vanzelf of met wat hulp thuis over. Op internet lees je soms dat een op de tien baby’s KISS heeft, maar daar bestaat geen onderzoek naar. Een rijtje dat bij zoveel baby’s wel een beetje past, zegt weinig over de oorzaak.
Waarom de diagnose omstreden is
Het idee achter KISS is dat één blokkade in de nek al deze klachten veroorzaakt, en dat het losmaken van die blokkade ze oplost. Dat is nooit aangetoond. Er is geen test die KISS betrouwbaar vaststelt. Een Noors overheidsinstituut zette in 2009 al het onderzoek op een rij en vond geen betrouwbare manier om de diagnose te stellen. Duitse kinderartsen schreven in hetzelfde jaar dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat KISS als ziektebeeld bestaat. En Nederlands onderzoek uit 2021 liet zien dat de tests waarmee manueel therapeuten de bovenste nekwervels bij baby’s beoordelen, niet betrouwbaar genoeg zijn om er alleen op af te gaan.
Ook het bewijs voor de behandeling is mager. Een Nederlands overzicht uit 2005 vond geen enkel goed opgezet onderzoek naar de behandeling van KISS. Sindsdien zijn er een paar kleine onderzoeken bijgekomen, met wisselende uitkomsten. In een Duits onderzoek uit 2022 bij 171 baby’s verbeterde de houding iets meer na één manuele behandeling plus oefeningen thuis dan na alleen de oefeningen. Maar de onderzoekers keken maar vier tot zes weken vooruit, met een meetschaal die ze zelf hadden ontwikkeld. Een onderzoek uit 2025 vond dat osteopathie een afgeplat hoofdje niet voorkwam, al was die studie aan de kleine kant.
Het consultatiebureau werkt met de JGZ-richtlijn Voorkeurshouding en schedelvervorming. Die raadt ouders behandeling door een manueel therapeut, osteopaat of chiropractor af, omdat het bewijs ontbreekt en omdat er na manipulaties van de wervelkolom ernstige complicaties zijn beschreven. De richtlijn is uit 2012 en wordt herzien. Er staat ook in dat er geen negatieve effecten van osteopathie zijn beschreven. Ik vind het belangrijk dat je dit weet voordat je een keuze maakt.
Daar komt bij dat KISS lange tijd werd behandeld met een snelle, gerichte impuls op de bovenste nekwervels. In een onderzoek uit 1998, waaraan Biedermann zelf meewerkte, kreeg ruim een op de vijf baby’s na zo’n impuls een korte ademstilstand. In 2025 onderschreven de Nederlandse beroepsverenigingen voor fysiotherapie en manuele therapie een internationaal standpunt dat manipulatie en mobilisatie van de wervelkolom bij zuigelingen afraadt. Meer over waar het risico bij baby’s zit, lees je in is osteopathie bij een baby veilig?
Wat er nog meer achter de signalen kan zitten
Voor overstrekken, een voorkeurshouding of drinken aan één kant bestaan verklaringen die wel goed onderzocht zijn. Een aantal daarvan wil je niet missen. Dit zijn de belangrijkste.
- Een scheve nek door een verkorte halsspier. Bij een spierscheefhals (torticollis) is een van de grote halsspieren verkort of verdikt. Je baby houdt het hoofdje dan scheef en draait het moeilijk naar één kant. Soms voel je een knobbeltje in de hals. Laat dat nakijken door het consultatiebureau of de huisarts. Kinderfysiotherapie helpt hier meestal goed, hoe eerder hoe beter.
- Reflux. Een baby die last heeft van terugstromende melk, strekt zich vaak achterover tijdens of na het drinken. Dat overstrekken is dan een manier om de pijn te ontwijken.
- Koemelkallergie. Veel huilen, spugen, diarree of juist harde ontlasting, eczeem en slecht groeien kunnen wijzen op een allergie voor koemelkeiwit.
- Een voorkeurshouding door de ligging. Veel voorkeurshoudingen ontstaan gewoon doordat een baby in de eerste weken veel op dezelfde manier ligt. Het hoofdje plat dan aan één kant af, en daardoor rolt het steeds weer die kant op.
- Heupdysplasie. Een heup die niet goed in de kom ligt, komt bij 3 tot 4 op de 100 baby’s voor en gaat vaker samen met een scheve nek. Het consultatiebureau controleert de heupen standaard.
- Iets met zien of horen. Een baby die aan één kant slechter ziet of hoort, draait het hoofdje vaker naar de andere kant.
- Een andere spierspanning. Een baby die steeds stijf overstrekt of juist opvallend slap is, hoort bij de huisarts of kinderarts te worden gezien. Soms zit er een neurologische oorzaak achter.
Ga eerst naar de huisarts bij deze signalen
Neem contact op met je huisarts, en niet met een osteopaat, als je baby:
- koorts heeft van 38 graden of hoger;
- slecht drinkt, niet goed groeit of afvalt;
- groen of met kracht spuugt, bloed spuugt of bloed bij de ontlasting heeft;
- opeens veel meer of anders huilt dan je van je baby gewend bent;
- opvallend slap is, of juist steeds stijf en niet te troosten;
- een hoofdje heeft dat opvallend snel of langzaam groeit, een bolle fontanel heeft of achterloopt in de ontwikkeling.
Wat je zelf kunt doen
Bij een voorkeurshouding of een baby die zich makkelijk naar één kant draait, kun je thuis veel zelf doen. Het doel is dat je baby uit zichzelf vaker naar de andere kant gaat kijken en bewegen.
- Slapen op de rug, hoofdje afwisselend. Leg je baby om te slapen altijd op de rug, en leg het hoofdje de ene keer naar links en de andere keer naar rechts.
- Elke dag op de buik. Leg je baby vanaf de geboorte een paar keer per dag op de buik, als je baby wakker is en jij erbij bent. Een opgerold handdoekje onder de borst maakt het makkelijker.
- Maak de andere kant interessant. Leg speelgoed, licht en aandacht aan de kant waar je baby minder graag naartoe kijkt, en praat vanaf die kant. Maak de voorkeurskant juist wat saaier.
- Wissel van arm bij de fles, zodat je baby beide kanten op leert kijken.
- Rol bij het aankleden via de zij. Draai je baby op de zij en dan op de buik, in plaats van optillen aan de armpjes.
- Beperk de tijd in stoeltjes. In een wipstoeltje of autostoeltje ligt het hoofdje steeds op dezelfde plek.
Vaak zie je binnen twee weken al verschil. Merk je na een paar weken geen verbetering, of wordt de afplatting duidelijker, bespreek het dan met het consultatiebureau. Dat verwijst zo nodig naar een kinderfysiotherapeut, en dat is bij een voorkeurshouding of overstrekken een goede eerste stap. Meer tips staan in mijn artikel over voorkeurshouding en een afgeplat hoofdje.
Wat een osteopaat wel en niet doet
Ik stel bij een baby geen diagnose KISS. Wel kijk ik naar dezelfde signalen die ouders zorgen baren. Ik vraag naar de zwangerschap, de bevalling, het drinken, het slapen en de groei. Daarna onderzoek ik hoe je baby beweegt: draait het hoofdje naar beide kanten even ver, hoe ligt je baby op de rug en op de buik, en waar zit spanning. Zie ik een alarmsignaal of iets wat bij de huisarts, het consultatiebureau of een kinderfysiotherapeut thuishoort, dan verwijs ik je door.
Behandel ik, dan gebruik ik alleen lichte technieken: met mijn handen rustig volgen en ondersteunen, zonder kraken en zonder snelle of krachtige bewegingen. Jij bent er altijd bij en je baby mag drinken of op schoot. Na twee tot drie behandelingen evalueren we samen. Is er dan niets veranderd, dan stoppen we. Bij een baby met deze signalen zie ik osteopathie als aanvulling op het consultatiebureau, de huisarts en de kinderfysiotherapeut, niet als vervanging. Wanneer een bezoek zinvol is, lees je in wanneer ga je met je baby naar de osteopaat?
Bronnen
- Happle C e.a., Klinische Pädiatrie, 2009: geen bewijs voor KISS als ziektebeeld
- Folkehelseinstituttet (Noorwegen), 2009: diagnostiek en behandeling van baby’s met vermoedelijk KISS
- Brand PL, Engelbert RH, Helders PJ, Offringa M, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 2005: systematisch overzicht van de behandeling van KISS
- Driehuis F e.a., 2021: betrouwbaarheid van nektests bij zuigelingen
- Sacher e.a., 2022: gerandomiseerd onderzoek naar manuele behandeling bij KISS
- Genelot e.a., 2025: osteopathie ter voorkoming van schedelafplatting
- Koch, Biedermann en Saternus, 1998: reacties van zuigelingen op een impuls in de bovenste nek
- Driehuis F e.a., 2019: bijwerkingen van manuele therapie bij kinderen
- NCJ, JGZ-richtlijn Voorkeurshouding en schedelvervorming, 2012
- NCJ, folder voor ouders over voorkeurshouding
- NCJ, JGZ-richtlijn Excessief huilen, herzien 2025
- KNGF en NVMT, dossier manuele therapie bij kinderen en zuigelingen
- Thuisarts, Mijn baby spuugt veel (reflux)
Geschreven door Niels Tuijl, osteopaat D.O.-MRO en fysiotherapeut, met ruim tien jaar praktijkervaring. Ingeschreven in het Nederlands Register voor Osteopathie (NRO). Praktijk in Amsterdam Centrum (Herengracht) en Amsterdam Noord (Bercylaan). Laatst bijgewerkt: 26 oktober 2026.